Karper

Uit Hengelsport Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

De Europese Karper (Cyprinus carpio), ook wel gewoon karper of boerenkarper genoemd), is een vis uit de orde van Karperachtigen en behoort tot de orde Eigenlijke karpers. De vis-soort is een van de meest populaire vissen waar op gevist wordt in zowel Nederland als andere landen. Het is de oorspronkelijke, wilde karper die wij kennen. In Nederland zijn echter een hoop varianten van deze vis te vinden, die in de regel nog vaker gevangen worden dan de oorspronkelijke karper. De schubkarper is de bekendste (kweek)variant van de karper. Een andere zeer bekende kweekvariant is de spiegelkarper, deze is weer een (kweek)variant van de schubkarper. Van de schubkarper en de spiegelkarper worden ook de extreem grote varianten gevangen, ook wel biggen genoemd. Verder zijn er nog een aantal andere bekende karper soorten zoals de graskarper en de goudkarper, wat wel echt andere geslachten zijn uit de familie Eigenlijke karpers.

Inmiddels zijn er ook nog uitgezette karpers uit oostbloklanden en is de herkomst van een karper niet altijd even duidelijk meer. Er bestaan allerlei gekweekte karperrassen met elk hun eigen typische lichaamsvoorm (Galicische karpers, Boheemse karpers etc). Daarnaast zijn er ook nog hybriden.

Eigenschappen
Naam: Europese Karper
Wetenschappelijke naam: Cyprinus carpio
Orde: Cyprinus; Echte karpers
Familie: Cyprinidae; Eigenlijke karpers
Engels: Carp
Frans: Carpe
Spaans: Carpa
Duits: Karpfen
Gemiddelde lengte: 40-60 cm
Gewicht: 2-5 kg
Maximaal: 120 cm, 20 kg
Komt voor in NL: Ja

Inhoud

Beschrijving

Het uiterlijk van een wilde karper verschilt enigsinds met die van een gekweekte (uitgezette) karper. Een wilde karper is een langerekte vis, terwijl de gekweekte karpers (spiegel-, leder-, rijenkarpers) een hoge rug hebben. Ze hebben wel allemaal een blauwgrijze tot zwarte rug, bruinachtige tot groengele zijden en een goudgele buik. De uitstulpbare bek met de vier baarddraden zijn ook erg opvallend van de karper. De karper is daarnaast te herkennen aan de rug- en aarsvin. Wilde karpers hebben aan alle kanten schubben, terwijl de spiegelkarper onregelmatig verdeelde grote schubben heeft. De lederkarper heeft geen schubben, en de rijenkarper heeft alleen een rij schubben aan de zijkant. De karper die gekweekt is bereikt een gemiddelde lengte van zo'n 40 tot 60 centimeter met een gewicht van 2 tot 5 kilogram. Een karper kan wel 50 jaar oud worden.

De verschillen in de varianten is voornamelijk onder te verdelen tussen het aantal schubben.

Variant: Schubkarper De schubkarper is de meest voorkomende karpersoort in Nederland, en is een kweekvorm van de wilde karper c.q. boerenkarper. Ze worden stukken groter dan de wilde karper met grote lengtes en gewicht. Ze zijn dikker, ronder en hebbben een hogere rug dan de wilde karper. Het lichaam van de karper is geheel beschubt met schubben in de kleur goudgeel tot grijsbruin. Lees meer over de schubkarper in het artikel schubkarper.

Variant: Spiegelkarper De spiegelkarper is een gekweekte variant van de schubkarper en is te herkennen aan het lage aantal schubben dat de vis heeft. De schubben zijn vaak in groepjes, verdeeld over het lichaam van de karper. Deze groepjes schubben zijn vooral te vinden rondom de staartwortel en de rugvin. Enkele losse, grote schubben, zijn verdeeld over de zijflanken. Lees meer over de Spiegelkarper in het artikel Spiegelkarper.

Variant: Rijenkarper De rijenkarper is ook een gekweekte vorm van de spiegelkarper. De karper lijkt veel op de lederkarper, maar heeft alleen op de rug en bij de staartwortel een klein aantal schubben. Daarnaast heeft het een enkele rij schubben op de zijflank. Op de rest van het lichaam van de vis zitten nergens schubben. Lees meer over de Rijenkarper in het artikel Rijenkarper.

Variant: Lederkarper of naaktkarper De ledervariant is ook een gekweekte vorm van de spiegelkarper. De karper lijkt veel op de spiegelkarper, maar heeft nergens schubben. Hierdoor voelt de huid aan als leer, vandaar de naam lederkarper. Vanwege het ontbreken van de schubben eheft de karper een wat dikkere huid dan de andere karpers. Lees meer over de Lederkarper in het artikel Lederkarper.

Variant: goudkarper Dit is een grote variant van de goudvis, wat ook een karper is. Deze variant komt men in de praktijk niet zo vaak tegen.

Variant: Koi- of Nishikigoi-karper De koikarper, ook wel Nishikigoi genoemd, is een siervis die vrijwel alleen in siervijvers voorkomt.

Leefgebied

de karper kan in vrijwel heel Europa tot aan de Oeral gevonden worden, met uitzondering van het noordwesten- en zuidoosten van Scandinavië. Ook in Midden-Azië en in de delta van de Donau en andere op de Zwarte Zee uitmondende rivieren komt de karper voor.

Karper komt in zowel meren als in vijvers en rivieren voor. Karpers kunnen zich goed aan de omstandigheden aanpassen, ook als die extreem zijn zoals een zeer laag zuurstofgehalte van het water. De karper komt in zowel stilstaand als in stromend water voor, en houdt van een hoge temperatuur en een zandige of modderige bodem. Ook houdt karper erg van dichte begroeiing, wat goed te zien is aan het feit dat ze zich vaak ophouden tussen waterlelies en andere waterplanten of overbegroeiing.

Gedrag

De karper paait tussen mei en juni. Hierbij is het weer doorslaggevend voor het exacte moment van de paring, waardoor het soms uitgesteld wordt tot juli. Als het een bijzonder warme zomer is, kan het voorkomen dat de karper zelfs twee maal paait in een jaar. Zodra het water een temperaturu van 18 graden celcius bereikt heeft is de karper klaar om te paren, en zoeken zijn de warmste stukken water op langs de oever van hun leefgebied. De karper zet de eitjes af op de plantendelen van de begroeiing. Dit kan soms gebeuren in erg ondiep water van slechts 40 centimeter. Het komt regelmatig voor dat karpers stukken gras gebruiken van ondergelopen gebied als het hoogwater is en daar paaien. Het karperwijfje zet zo'n 200.000 eitjes per kilogram lichaamsgewicht af, die ongeveer 1,6-2 mm groot zijn. Dit afzetten kan meerdere dagen in beslag nemen en vindt plaats op verschillende plekken. Het vrouwtje paait soms ook met meerdere mannetjes, tot soms wel 15 mannelijker karpers (homvissen) aan toe. De jongen komen al na 3-5 dagen tevoorschijn en eten dan vooral plankton. Zodra ze zo'n 2 cm lang zijn beginnen ze al in de bodem te wroeten op zoek naar voedsel.

De wilde karper staat er om bekend een goede vechter te zijn, wat tot heftige drillen en runs kan leiden. De wilde karper is sterker dan de varianten zoals de spiegel- en schubkarper, maar omdat de wilde karper wat kleiner van formaat is zijn ze niet echt moeilijker binnen te halen.

Het is enigsinds onduidelijk op welk tijdstip van de dag het nou het beste moment is om op karper te gaan vissen. Er wordt vaak gesuggereerd dat karper alleen actief zijn in de schemering en zich overdag in dieper water ophouden om uit te rusten, maar karpers hebben bewezen zeer wispelturig te zijn. Het is ook erg moeilijk om een algemene beschrijving van het gedrag van de karper te geven, omdat het gedrag van de karper erg afhangt van de omgevingsfactoren, zoals het water waarin de karper leeft. Men ziet dan ook dat er eigenlijk zowel overdag als 's nachts op karper gevist wordt.

Karper staat er om bekend erg nieuwsgierig te zijn en alles wat ze tegen komen dat ook maar enigsinds op voedsel lijkt wordt onderzocht. De karper heeft een uitstulpbare bek waarmee hij het voedsel opzuigt en vaak vervolgens weer uitspuwt. Dit gebeurt vaak zo subtiel dat de visser niet eens in de gaten heeft dat er een karper bij zijn aas zit.

Aas en voeding

De karper voedt zich voornamelijk met bodemdieren zoals insectenlarven, wormen, slakken, mosselen, en kleine kreeften. De jonge karpertjes voeden zich met plankton en naarmate ze ouder worden ook af en toe met waterplanten. De karper staat er om bekend dressuur-gevoelig te zijn. Dit is dan ook terug te zin in de hoeveelheid verschillende soorten aas dat er beschikbaar is om op karper te vissen. Typische aassoorten voor de karper zijn mestpieren, aardappel, deeg, maïs, brood, kikkererwten, tijgernoten, pellets en honden- en kattenvoer. In de loop der tijd hebben boilies zich bewezen als absoluut beste aas om karpers mee te vangen.

Voor een compleet overzicht van welke soorten aas er gebruikt kunnen worden wanneer men vist op karper, kijk dan bij het overzicht van karper haakaas en karper lokaas.

Techniek en materiaal

Men kan het hele jaar door op karper vissen (behalve de gesloten tijd), maar de beste tijd om op karper te vissen is tussen maart en december. In stilstaand water begint het seizoen twee tot vier weken later en eindigt het ook twee tot vier weken eerder. De reden hiervan is dat stilstaand water waar de karper in leeft vaak diepe meren zijn, en dit langer duurt om op te warmen dan het vaak minder diepe stromende water. Doordat de temperatuur lager is, worden ze ook later actief en zijn ze ook eerder minder actief. Daarnaast verbruikt de karper in stilstaand water minder energie dan in stromend water, omdat ze niet tegen de stroming in hoeven te zwemmen. Dit resulteert weer in minder voedsel opname en dus minder activiteit voor de visser.

Bij het vissen op karper wordt vaak enkele dagen voordat men gaat vissen op de visstek voederplek aangemaakt met lokvoer. Het is aan te raden om te vissen op karper met een redelijk zware werphengel; de karperhengel. Dit gezien de enorme afmetingen en gewichten die een karper kan bereiken.

Persoonlijke instellingen