Snoekbaars

Uit Hengelsport Wiki

Ga naar: navigatie, zoeken

De snoekbaars, ook wel "zander" genoemd, is een vis uit de familie echte baarzen en is een echte roofvis. Honderd jaar geleden kwam snoekbaars nog niet voor in Nederland. Pas na uitzettingen in Duitsland is de snoekbaars via de Rijn in Nederland gekomen.

Eigenschappen
Naam: Baars
Wetenschappelijke naam: Stizostedion lucioperca
Orde: Perciformes; Baarsachtigen
Familie: Percidae; Echte baarzen
Engels: Pikeperch
Frans: Sandre
Spaans: Lucioperca
Duits: Zander
Gemiddelde lengte: 40-70 cm
Gewicht: 1,5 - 3 kg
Maximaal: 130 cm, 15 kg
Komt voor in NL: Ja

Inhoud

Beschrijving

Snoekbaars heeft een langgerekt en rond lichaam met een puntige kop. De kleur van de snoekbaars is afhankelijk van de omgeving waarin hij leeft. Zo heeft de bodem, lichtintensiteit en de helderheid van het water invloed op de kleur van de vis.

De snoekbaars is goed te herkennen aan de meestal grijsgroene huidskleur met zwarte strepen, welke naar mate de snoekbaars ouder wordt vervaagt., De huidskleur kan echter ook zilvergrijs of goudbruin zijn. De flanken van de snoekbaars zijn lichter grijs en de buik is wit; bij mannetjes is de kleur vaak iets donkerder. De vis heeft een spilvormig lichaam en is bedekt met kleine ruwe, getande schubben. De kaken van de eindstandige en brede bek hebben veel kleine en enkele grote tanden., de zogenaamde hoektanden. De aars-, staart- en rugvinnen zijn bezaaid met donkere stippen en vlekken. De snoekbaars heeft een kleine, onopvallende stekel aan zijn kieuwdeksel. De voorste van de twee rugvinnen heeft stekelige stralen.

Snoekbaars is een roofvis die het moet hebben van zijn ogen; de snoekbaars jaagt namelijk met behulp van zicht. Snoekbaars heeft grote ogen met lichtcellen met daarin een reflecterende laag, zodat het veelal weinige licht in het water versterkt wordt. Hierdoor is de snoekbaars ook in troebel water succesvol.

Jonge exemplaren kunnen nog wel eens verward worden met de gewone baars, omdat de kleuren van de jonge snoekbaars dan nog niet bleek zijn geworden. Daarnaast zijn de jongere exemplaren nog niet zo slank gebouwd als de volwassen exemplaren. Men kan de twee echter goed onderscheiden door te kijken naar de kop, welke bij de snoekbaars puntiger is.

Leefgebied

Snoekbaars kwam oorspronkelijk uit het Elbe- en Donaugebied maar is tegenwoordig ook te vinden in de Benelux, Frankrijk, Spanje en Groot-Britannië, mede door uitzettingen. In heel Midden-Europa, inclusief de zoutarme delen van de Oostzee en het Noord-Oostzeekanaal komt snoekbaars voor. Snoekbaars is vaak te vinden dichtbij de rand van een talud of ander obstakel in het water. Hier staat vaak veel waterplanten in het water, wat betekent dat er vaak veel voedsel voor de roofvis zit. Snoekbaars houdt van groot en diep water zoals meren en rivieren, en bij voorkeur een vaste bodem en weinig begroeiing. Omdat de vissen lichtschuw zijn, geven ze de voorkeur aan niet al te helder water. Wanneer het water helder is trekken de snoekbaarzen zich terug op een diepte van 5 meter. Wanneer het water ideaal voor de snoekbaars is, dus niet al te helder, leeft de snoekbaars op een diepte van tussen twee en drie meter. In de winter wanneer het koud is, houdt de snoekbaar zich vooral in diep water op tussen de tien en twintig meter. Omdat er grote drukverschillen zijn in het water tussen 20 meter en de oppervlakte, is het belangrijk de vis zo snel mogelijk na het landen en onthaken weer terug in het water te zetten.

Gedrag

Snoekbaars jaagt voornamelijk in de avond zodat hij goed voordeel kan doen van zijn grote ogen met reflecterend netvlies. Daarnaast maakt de snoekbaars gebruik van het zijlijnorgaan waarmee de vis kleine drukverschillen en waterstromen kan voelen. Daarnaast maakt snoekbaars ook gebruik van de geur om een prooi te vinden.

Met uitzondering van de grote exemplaren, leeft snoekbaars in kleine groepen en trekken ze veel rond. Het zijn echt actieve jagers en gaan zelf op zoek naar een prooi, in plaats van afwachten tot er een prooi voorbij komt. Wanneer de snoekbaars niet aan het jagen is, houden ze zich meestal op rond wortels, stenen of diepe kuilen. Snoekbaars is zowel overdag als 's nachts actief, hoewel het wel afhankelijk is van het water. Wanneer het water helder is en er voornamelijk prooien zitten die in ondiep water zwemmen, zullen de snoekbaarzen pas tegen de schemering actief worden vanwege de lichtgevoeligheid van de ogen en het netvlies. Overdag houdt de snoekbaars zich meestal niet in de buurt van de oever of andere ondiepe gedeelten van het water op.

Tussen april en juni wordt er kuitgeschoten, afhankelijk van de watertemperatuur. Snoekbaars heeft een water temperatuur van tenminste 10 graden celcius nodig om dit te kunnen doen. Ze zijn erg kieskeurig om een juiste paaiplaatst te vinden. Het mannetje graaft een kuiltje waar het vrouwtje meer dan 300.000 eitjes van 1,0 - 1,5 mm groot in een klomp of meerdere kleine klompjes in legt. Het mannetje blijft de eitjes voor tien dagen bewaken en waaiert met zijn borstvinnen vers water over de eitjes. Gedurende deze paaitijd eten snoekbaarzen niet. Een groot deel van de vrouwtjes gaat na het kuitschieten dood, mede doordat ze niet eten tijdens de paaitijd.

Aas en voeding

Alleen de heel jonge snoekbaars eet plankton en insectenlarven, maar zodra ze wat groter worden gaan ze direct over op kleine vissen zoals blankvoorn, spiering, baars en alver. Er kan goed gevist worden op snoekbaars met een (dode) aasvis of met kunstaas. Hierbij moet niet vergeten worden dat snoekbaars een stuk minder overmoedig is dan een snoek, en daarom dient alleen relatief klein aas gebruikt worden. Veel gebruikt aas zijn shads en twisters, pluggen, regenwormen en spinners.

Voor een compleet overzicht van welke soorten aas er gebruikt kunnen worden wanneer men vist op snoek, kijk dan bij het overzicht van snoekbaars haakaas en snoekbaars lokaas.

Techniek en materiaal

Het vissen op snoekbaars kan het beste in de late zomer en de herfst. Een lichte tot zware karperhengel of spinhengel is aan te raden, afhankelijk van de stroming en de grootte van het aas. Voor rubber aas moet een wat stijvere hengel met een buigbare top gekozen worden. Omdat in het water waar snoekbaars zit ook vaak snoek leeft, dient er altijd een stalen onderlijn gebruikt te worden. Als lijn kan men het beste nylon lijn gebruiken met een dikte van 22/00.

Het vissen op snoekbaars is actief vissen, dat wil zeggen dat men het water moet afstruinen op zoek naar de snoekbaars. Vissers die op snoekbaars vissen lopen dan ook vaak langs de oever en gooien overal een paar keer in op de plekken waarvan men snoekbaars kan verwachten, zoals bij steigers, oevers met stroming of dikke takken en wortelstelsels onderwater. Wanneer men alleen maar op een plek blijft gooien is de kans om wat te vangen eenzienlijk lager. Snoekbaars die niet op jacht is zal zelden bijten, waardoor het moment van de dag belangrijk aspect is bij het vissen op snoekbaars. Over het algemeen kan aangenomen worden dat hoe helderder het water is, en hoe later op de dag, tegen de schemering aan, men kan gaan vissen op snoekbaars. Alleen in heel troebel water is het ogelijk om de hele dag snoekbaars te vangen, omdat de snoekbaars dan langer actief aan het jagen is.

Bodemvissen

Bij het bodemvissen dient het aas, bijvoorbeeld een stukje vis, direct op de bodem aangeboden te worden. Als haak kan men maat 4 of 6 gebruiken. Het aasvisje kan in zijn geheel op de haak gezet worden of in stukjes als deze daar te groot voor is. Goede aasvisjes voor snoekbaars zijn kleine soorten voorn. Wanneer men de vis in zijn geheel op de haak zit, kan men kleine sneetjes in het visje maken zodat de geur van de vis beter vrijkomt. Omdat het vissen met levend aas verboden is, dienen de aasvisjes wel van te voren gedood te zijn wanneer ze vers zijn gevangen.

Spinvissen

Bij spinvissen dient het aas diep en langzaam, met onregelmatige bewegingen, aangeboden te worden. Ook bij het spinvissen kan men een stukje aasvis als extra atractie. Gebruik hiervoor een niet al te groot stukje op de haak. De geur die het stukje vis verspreidt zal de snoekbaars nog meer overhalen om aan te vallen. Gebruik pluggen tot 14 centimer lang. Kijk voordat je gaat vissen hoe de helderheid van het water is en bedenk hoe laat je wilt gaan vissen. Afhankelijk van de hoeveelheid licht die in het water komt, dient men een plug te gebruiken die dieper gaat. Als het overdag is en het water is helder, gebruik dan zeker een plug die diep loopt. Wanneer het water meer troebel is of het is al schemering of zelfs donker, dan kan men een plug gebruiken die wat minder diep gaat. Bij het gebruik van een shad met een jigkop kan men goed tegen de bodem aan vissen. Dit doet men door in te gooien en te wachten tot de shad de bodem raakt. Tel de seconden dat het kost om op de bodem te komen, en gooi opnieuw in. Laat de shad nu opnieuw zinken maar begin een seconde eerder met inhalen. Haal (onregelmatig) een stukje in en laat de shad af en toe weer een stukje zakken. Op deze manier zal de shad zich vlak boven de bodem bewegen.

Vanaf de boot

Ook wordt er veel op snoekbaars gevist door middel van verticalen en slepend vissen. Men kan hiervoor het beste een strakke, korte hengel gebruiken van tussen de 180 en 230 cm lang met een top actie. Gebruik als aas een jigkop met een shad of een twister. Vist men dieper dan 8 meter, dan gaan veel kleuren verloren en dient men meer naar de actie van het kunstaas te kijken dan naar de kleur.

Persoonlijke instellingen